Non-Western view on ownership
Hoe kijken niet-westerse gemeenschappen aan tegen collectief eigendom?
Gegeven onze huidige wereld van kapitalistisch realisme, gedicteerd door opvattingen van eigendom en controle, bevinden wij ons in een politiek en economisch systeem dat is georiënteerd op winst maken en geen enkele ruimte laat voor een alternatief. Maar het is belangrijk om onze westerse waarden van bezit in twijfel te trekken, omdat deze door onze etnocentrische gewoontes mogelijk onjuist gezien worden als de enige acceptabele benadering.
Wat betekent het om te bezitten? Wie beslist wat er bezeten kan worden? Hoe definieert het onze identiteit? Zijn er grenzen die wij als een essentialistische samenleving nog niet hebben weten te verleggen? Door de beperkte definitie van eigendom in de westerse context te verruimen en daarnaast waarden en lessen te zoeken in niet westerse gemeenschappen, samenlevingen en groepen, kunnen we proberen om zowel de mensheid als de grond waarop wij leven beter te verenigen.
Het analyseren van voorbeelden van deze niet-westerse gemeenschappen die meer geoefend zijn in het collectief en harmonieus leven met het land, in plaats van op het land, brengt ons in aanraking met alternatieve denkwijzen rondom eigendomsmanagement, landbezit en spirituele waarden, zoals deze voortkomen uit de ideologieën en tradities van inheemse gemeenschappen. Veel van deze inheemse principes stammen uit een fundamentele verbinding met en een diep respect voor de natuur. Dit onderzoek kan ons misschien helpen om alternatieve concepten van eigendom voor te stellen en een non-conformistische visie uit te rollen over het verdelen van land ten bate van de massa.
Westerse blik op bezit
De moderne westerse opvatting over bezit en eigendom verschilt aanzienlijk van inheemse tradities en waarden. Het stelt bezit als een materieel recht en geeft het daarmee materiële waarde. Dit komt door een westerse gedachte die haar oorsprong vindt in een materialistische theorie van bestaan: alles is gereduceerd tot hoeveelheden, inwisselbaar door middel van geld, de economische maat van bruikbaarheid. De mens handelt hierbij vooral uit zelfinteresse en materialistische waarde wordt op die manier tot een maximum uitgebuit. Zodoende probeert zij de meeste winst te halen uit bezit, een materieel goed. De waarde van bezit wordt bepaald door de beste materiele gebruikerswaarde, en niet door de waarde voor de gemeenschap. Vaak vertaalt dit zich in een potentieel van land om huur te genereren. Deze westerse opvatting verschilt enorm met de meest inheemse culturen en hun blik op bezit en eigendom, waarin land doorgaans niet wordt gezien als individueel bezit maar als een gemeenschappelijk recht dat rust op relaties binnen die gemeenschap. Deze opvatting groeit uit ethische en spirituele denkbeelden die hen opdragen om voor het land te zorgen als een gemeenschap, gebaseerd op gemeenschappelijke wetten, gewoontes en idealen. De westerse opvatting wordt hardnekkig voorgesteld als het betere systeem vanwege de economische meerwaarde, maar wanneer we de inheemse gemeenschappen en hun relatie tot het land observeren valt het nog maar te bezien of deze westerse opvatting ook een ethische meerwaarde heeft.
Land wordt gedeeld, niet bezeten
Sámi
De Sámi bevolking komt uit meest noordelijke delen van Zweden, Finland, Noorwegen en Rusland. Het gros van hun bestaan hangt af van natuurlijke bronnen en zij zijn beroemd om de rendierenhoederij. Omwille van redenen die samenhangen met tradities, culturele waarden en milieu is in deze regionen het land wetmatig gereserveerd voor de Sámi. Hoewel ze worden gezien als een verstedelijkte demografie, houden zij er nog steeds een diep respect voor dieren, de natuur en aldaar gevonden levenloze voorwerpen op na. Hun ideologie verschilt van de Scandinavische autoriteiten; de Sámi hecht waarde aan de trage processen van extractie voor overlevingsdoeleinden, terwijl de autoriteiten de natuurlijke bronnen wil gebruiken om snel geld te verdienen. De groei van mijnbouw, houtkap en andere projecten botst met de behoeftes van de Sámi, die natuurlijke bronnen en mineralen van het land bewaard ten goede van de cultuur en het bestaan.
Een andere manier waarop de eigendomsideologie van de Sámi afwijkt is de manier waarop rendieren gehouden worden. Zij gaat niet uit van bezit, maar volgt de natuurlijke migratiepatronen van de dieren en passen zich hierop aan. Het westerse idee van bezit daarentegen veronderstelt een zekere aanspraak op het land en zijn dieren. De bio-industrie mest het vee vet, alleen om ze vervolgens massaal af te slachten. Iedere overweging van morele verantwoordelijkheid ten aanzien van de autonomie en het gevoel van de dieren wordt bij het grof vuil gezet: het winstmotief is, opnieuw, leidend. In de Sámi cultuur is het respect voor en de samenwerking met de natuur diep geworteld: grondgebied staat nog steeds onder controle van de natuur. Dit in tegenstelling tot moderne perspectieven op landbezit, die gekenmerkt worden door exclusiviteit en toewijzing. De Sámi vertegenwoordigd een harmonieus en flexibel leven op het land, zonder onrechtmatige tactieken en vrij van het concept van eigendom.
Australische Aboriginals
De Aboriginals uit Australië zijn inheemsen die vaak de voorpagina’s halen door voorgestelde referenda om hen te erkennen in de Australische grondwet. De krantenkoppen pleiten ook voor de oprichting van een inheemse instantie die die overheid adviseert over beleid dat de First Nations beïnvloedt. Een meerderheid van Australië stemde tegen het referendum, wat aanzette tot een publiek debat over de relatie van Australië met landbezit en kolonisatie. Het is belangrijk om te onderstrepen dat het land bestaat uit vele verschillende Aboriginals en Torres Strait Islands groepen, elk met hun eigen taal, cultuur, gewoontes, geloofsuitingen. Deze inheemse groepen zijn de eerste Australiërs, zij waren er duizenden jaren voor de kolonisatie. Hun bestaan op het continent gaat terug tot naar schatting 60.000 en 70.000 jaar. ‘’Het is mijn vader’s land, mijn grootvader’s land, mijn grootmoeder’s land. En ik ben ermee verwant, dat geeft mij ook mijn identiteit.’’ verklaart Vader Dave Passi, een First Nation activist. Voor Aboriginals is land sterk gelinkt aan identiteit, het staat centraal in hun manier van leven. Het aandeel van Aboriginals en Torrest Strait Islands volken in Australië was 3.3% in 2016, terwijl zij de ruime meerderheid vertegenwoordigden toen de kolonisten arriveerden. Inheemse volken in Australië zijn niet uniform: toch delen zij dezelfde politieke pleidooien voor erkenning en vertegenwoordiging. Zij leven in stedelijke, regionale en verlaten gebieden en zijn aanwezig in alle gemeenschappen sinds zij verdreven werden door de kolonisten die zich hun land toe-eigenden. Geforceerd zich aan te passen aan de moderne maatschappij, volgden zij de groeiende economie, daar zij zichzelf immers niet langer konden handhaven met hun land. Vanuit het perspectief van de Aboriginals is First Nation land geen particulier eigendom en kan het niet verkocht worden. Het behoort, met al zijn levende organismen, tot de clan, die verantwoordelijk is voor de zorg ervan. De clan is geen gescheiden levensentiteit, maar een gids. De natuur is oer. Britse kolonisten geloofden ten onrechte dat de inheemse volken nomadisch waren, dat zij geen permanent thuis kenden, maar in werkelijkheid spendeerden zij vaak hun hele leven in een gebied. Ze reisden tussen kampen voor noodzakelijk voedsel, maar zij waren meestal gestationeerd in hetzelfde gebied als hun voorouders. Het is een belangrijke vaardigheid te kunnen leren van je omgeving en het te exploiteren zonder het overmatig te gebruiken. Hoewel verschillende clans enkele regio’s met elkaar deelden, waren ceremoniële handelingen en discussies nodig om toegang te krijgen tot andermans territorium. Het was ook gebruikelijk dat de bezoekende partij op hun beurt toegang tot hun land zou verlenen. Verder waren inheemse volken op de hoogte van de evenementen die plaatshadden in andere landen, door handelsconnecties, muziek en droomvertellingen die zij verkregen van andere gemeenschappen. Het was van belang voor hen om kennis te delen en zij bespraken de verdeling van land op diplomatische wijze. Met betrekking tot land toekenning waren ethische overwegingen leidend voor Australische Aboriginals, wat in schril contrast staat met de in het Westen dominante opvatting van land als een simpel middel tot een doel.
Zij eren het land als een gift van God en beschouwen het als heilig, zoals vele andere gemeenschappen dat doen wanneer zij voor hun bestaan van het land afhankelijk zijn.
De Zuid-Afrikaanse San
De San is een volksstam in Zuid-Afrika, bekend als een van de laatst daar overgebleven stammen van jagers en verzamelaars. Hun cultuur is een van de oudste op aarde, wat tot uiting komt in het taalgebruik, dat gelijk is aan die van hun voorouders. Binnen een San nemen sommige stamleden leidersrollen op vlakken waar zij bijzonder vaardig in zijn, zoals jagen of genezing ceremonies, maar het is hen niet toegestaan om op te klimmen naar posities van hogere autoriteit of invloed. Toen de witte kolonisten probeerden verdragen te sluiten met de San was dit erg verwarrend voor hen. Het San Reserve leiderschap bestemd voor hen die al lange tijd deel van de organisatie zijn, die een zekere leeftijd hebben bereikt, en zich van een goed karakter hebben getoond. Voor het grootste deel leven de San in gelijkheid en delen zij goederen als vlees en tabak. Recht op land worden normaal gesproken tweezijdig geërfd and bezeten door een groep, en geen individu maakt er aanspraak op, maar iedereen behoudt het recht op het gebruik van het land. Zij eren het land als een gift van God en beschouwen het als heilig, zoals vele andere gemeenschappen dat doen wanneer zij voor hun bestaan van het land afhankelijk zijn. Politieke modellen zijn gebaseerd op banden van bloedverwantschap, die ook gelinkt zijn aan bewoning en die het lidmaatschap van een groep bepalen. Een individu blijft lid van de groep zo lang als hij of zij op het land van deze groep woont. Het is toegestaan om te jagen op andermans grondgebied, maar de toestemming van de eigenaren is vereist. Verschillende groepen kunnen op samenwonen wanneer er wordt besloten om het land in zuinigheid te delen.
In plaats van permanente verblijven te bouwen, creëerden de San tijdelijke onderkomens van materialen die zij in hun omgevingen vonden, denk aan lang gras en dunne takken. Zij gebruiken dezelfde waterputten tijdens een reis, maar zetten nooit een kamp op in hetzelfde gebied. Dit zorgt ervoor dat het land niet opraakt en ze er dus jaren later weer kunnen terugkeren. De San zijn zich altijd bewust van de voordelen van energiebehoud, en omdat het verkrijgen van voedsel energie vereist en voedsel niet altijd gegarandeerd is, zullen zij niet over consumeren. Tegenwoordig leiden de San onder het verlies van land, omdat de overheid dat heeft geconfisqueerd om aan andere stammen en kolonisten te geven. De San blijven voor hun bestaan afhankelijk van het land en het is een integraal onderdeel van hun functioneren als jagers-verzamelaars maatschappij. Toen zij door de Botswaanse overheid werden herplaatst, verloren zij niet alleen toegang tot hun bestaan maar ook tot hun primaire levensdoel.
Anarchistische blik op eigendom
Zapatista
Officieel bekend als Zapatista Army of National Liberation, en hier aangeduid als de Zapatistas, is deze radicaal-linkse groepering sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw gevestigd op het grondgebied Chiapas, in Mexico. Hoewel de Zapatistas te boek staan als links en anarchistisch inheems rebellenleger, zijn zij zelf tegen zulke vorm van labelen. Zij stammen van een inheemse Mexicaanse populatie die zocht naar een democratische regering die hun ondersteunden en de hulpbronnen van de Chiapas respecteerde. Een opstand tegen het Mexicaanse leger, in 1994, leidde tot 300 doden en talloze slachtoffers. Als gevolg hiervan verhuisden de Zapatistas van hun dorp naar de jungle zodat een eigen, van de Mexicaanse overheid onafhankelijk bestuur met autonome gemeentes kon worden gesticht. Ook werd de IIE (Intercontinental Indigenous Encounter) opgericht, een organisatie voor alle inheemse volken wereldwijd. Aan de hand van deze horizontale autonomie voorziet de IIE in hulp, gelijke rechten en gedecentraliseerd eigenaarschap. Dit betekent dat macht en bezit worden gedeeld door een groot aantal mensen of organisaties, in plaats van het in de handen te laten van één autoriteit of groep. Hiermee scheidden ze zich af van traditionele overheidsfuncties and eigendomskenmerken. Een veelgebruikte slogan van de Zapatista gemeenschap is ‘’Hier beveelt het volk en gehoorzaamd de overheid.’’ Dit zelfbestuur wijkt af van het westerse gebruik waarbij een hiërarchische ladder van macht wordt gebouwd, die eigendom toewijst en vaak de bevoorrechten waarde toekent. De afwezigheid van centraal bestuur stelt de organisatie in staat om gerund te worden door meerdere vergaderingen die eensgezind samenwerken om privé-eigendom af te schaffen. Zij verkiezen blijvend delen boven landbezit. Hun systeem bemoedigd lokale landbouwproductie en ethische werkwijzen, wat de Zapatista-gebieden tot vredige en welvarende oorden maakt. Een noemenswaardig concept dat zij introduceerden is hun unieke educatiestructuur. In de Zapatista gemeenschap is onderwijs toegankelijk voor alle leden en wordt het gegeven door plaatselijke bewoners. Om een gezonde manier van leren en groeien te promoten ontvangen de studenten geen cijfers. Verder is de gezondheidszorg gratis en wordt het gegeven aan zowel leden als niet-leden. Er ligt een nadruk op het uitbannen van racisme door middel van bewustzijn. Fundamentele mensenrechten gelden voor iedereen en zijn niet weggelegd voor bepaalde mensen; sterker nog, ze vormen een gedeeld collectief recht dat wordt uitgevaardigd door alle leden van de gemeenschap.
De Zuid-Amerikaanse Yanomami Amazonian stam
Zoals vele volksstammen in Zuid-Amerika, migreerden de Yanomami vermoedelijk zo’n 15000 jaar geleden via de Beringzeeën richting Zuid-Amerika. Dit maakt van hen een van de oudste stammen in het gebied. Vandaag de dag telt hun totale bevolking 38.000 mensen. De immensiteit van hun land is moeilijk te visualiseren. Met meer dan 9.6 hectares is het Yanomami territorium in Brazilië twee maal de grootte van Zwitserland. In Venezuela leven de Yanomami in het 8.2 hectare grootte Alto Orinoco – Casiquiare Biosphere Reservaat. Samen vormen deze gebieden het grootste beboste inheemse territorium ter wereld. Het feit dat de stammen zijn verspreid over de grens van twee landen heeft in het verleden tot problemen geleid, omdat beide landen soevereiniteit wilden. Ieder Yanomami dorp heeft zijn eigen onafhankelijke overheid and kan vrede of oorlog aan andere dorpen verklaren. Coalities tussen dorpen spelen een cruciale rol, al zijn ze normaliter bros en vergankelijk.
De Yanomami staan bekend als jagers, vissers en tuinbouwers. Ze kunnen geclassificeerd worden als foeragerende tuinbouwers omdat ze afhankelijk zijn van bronnen uit het oerwoud, de groei van bananen, het verzamelen van fruit, het jagen op dieren en de visserij. Gewassen vullen tot 75% van het dieet. Proteïne wordt geleverd door natuurlijke bronnen die worden verkregen via vissen, jagen en verzamelen. Ze gebruiken een verbrandingsmethode voor hun tuinbouw: ze verbranden het land na gebruikt en laten het dan regenereren. Raakt de grond uitgeput, dan bewegen de Yanomami ergens ander heen, net als de San dat doen. Deze praktijk wordt ook wel shifting cultivation genoemd.
De stam viert een goede oogst met een groot feest waarvoor de naburige dorpen worden uitgenodigd. De dorpsleden verzamelen grote hoeveelheden voedsel om een goede relatie met hun buren te onderhouden. Land verzekert niet alleen het bestaan van de mensen die erop wonen, maar het creëert ook banden tussen verschillende stammen. Het verklaart waarom zij blijven vechten voor hun territorium en hun stem willen laten horen, niet alleen aan de Braziliaanse en Venezolaanse overheden, maar aan de hele wereld. De Amazone is de groene long van de Aarde.
Toearegs
De Toearegs zijn de Sahara-vertakking van de Berbers, die duizenden jaren in het noorden van Afrika hebben gewoond. De Toearegs zijn tegenwoordig vooral moslims, maar hun voorouders vluchtten naar de Sahara juist om te ontsnappen aan het Moslimse regime en de Arabische heerschappij. Dit leidde tot hun nomadische levensstijl. Ze centreren zich rondom het water en verplaatsen tijdens het regenseizoen hun tenten iedere drie of vier dagen om de groenste weilanden voor hun dieren te vinden. In het droge seizoen reizen zij lang om water te vinden, maar ze blijven het liefst dichtbij hun thuisgebied, het land dat van generatie op generatie is doorgegeven. Door hun behoeftes aan te passen aan het weinige wat de woestijn te bieden heeft, lukt het de Toearegs om er te overleven. Toch geven zij langzaamaan hun nomadische levensstijl op. Dit komt onder andere doordat er minder weilanden zijn om de dieren op te laten grazen, als gevolg van langere droogtes en kortere regenseizoenen, ingegeven door klimaatverandering.
We moeten belang leggen in gemeenschappelijk eigendom van bronnen, niet alleen op de politieke manier, maar ook door bewuster om te gaan met de natuur.
Conclusie
Wij kunnen, door buitenom de conformistische definities en praktijken van eigendom in het westen te gaan, of het nou gaat om land, natuur, of mensenrechten, een inzicht krijgen in de verschillende bestaande systemen die in samenwerking met de natuur functioneren. De spirituele en omgevingsbewuste kijk op eigendom biedt een alternatief voor onze tradities rondom bezit. Een belangrijke boodschap van deze vergelijking is dat wij mensen meer dan één manier om te leven hebben. Daarvoor hoeven wij geen schade aan te richten of hulpbronnen te claimen om maar een industrie te voeden die vooral voorziet in de behoeften van hen die de productiemiddelen bezitten. We moeten belang leggen in gemeenschappelijk eigendom van bronnen, niet alleen op de politieke manier, maar ook door bewuster om te gaan met de natuur. In de besproken culturen worden land, water en andere natuurlijke bronnen vaak gezien als zaken die horen bij de gemeenschap in plaats van het individu. De westerse maatschappij is afhankelijk van bedrijven die de voedingsmiddelen verzorgen, nog weinig mensen groeien hun eigen voedsel. Iets anders dat we kunnen leren van niet-westerse opvattingen over eigendom is het gegeven dat beslissingen over het toewijzen van grondstoffen vaak collectief gemaakt worden, waardoor de bevolking meer betrokken is bij het proces, dan wanneer de politieke elite de beslissingen voor haar rekening neemt. De focus ligt bij deze inheemse culturen op het welzijn van de hele gemeenschap. Wanneer we ons eigendom vaker decentraliseren, kan dit concept ook in het westen toegepast worden. Collectieve verantwoordelijkheid vormt het hart van de niet-westerse blik op eigendom. Mensen dienen de hoeders en verzorgers van de natuur te zijn, met de verantwoordelijkheid om het te beschermen en te bewaren voor toekomstige generaties. We denken vaak over landbezit en eigendom vanuit een puur economisch idee in plaats van er een culturele of spirituele waarde aan toe te kennen. Door eigendom te linken aan identiteit kan onze maatschappij groeien en een vruchtbaar alternatief bieden aan de huidige kapitalistische denkwijze. Niet-Europese volken hebben zich jarenlang, soms tot falen toe, moeten aan passen aan het westerse eigendomsperspectief: nu is het tijd voor ons om van deze inheemse culturen te leren. Dit kan helpen om een eerlijkere wereld te creëren, een wereld waarin klassen, armoede en dakloosheid verdwijnen en wij ons gedrag ten aanzien van het klimaat verbeteren.