De Vrouwenschool

De Vrouwenschool in Nijmegen is een woonvereniging met een rijke geschiedenis. Wat ooit begon als een kraakactie in de jaren ’70, is uitgegroeid tot een gemeenschap waar vrouwen samen verantwoordelijkheid dragen voor hun woon- en werkomgeving. De Vrouwenschool biedt niet alleen betaalbare woonruimten maar ook werkplekken voor vrouwelijke ondernemers. Door de jaren heen zijn de idealen van het collectief veranderd, maar ze zijn trouw gebleven aan oorspronkelijke idealen van samenleven en zelfstandigheid. Momenteel wordt de betaalbare en sociale woonvorm in Nijmegen bedreigd door hypotheek problemen en proberen de vrouwen van de Vrouwenschool hun huis te redden. 
Artikel
Lola Piek
Sylvie van Wijk
Karsten Brunt
Ongeveer 9 minuten

De Geschiedenis van de Vrouwenschool
De Vrouwenschool in Nijmegen kent een rijke geschiedenis van emancipatie en gemeenschapszin. Wat begon met een in 1979 gekraakt schoolgebouw aan de Gerard Noodtstraat, is uitgegroeid tot een bloeiende woongemeenschap in een voormalig klooster aan de Dominicanenstraat.

Collectief wonen begon eind jaren '70 in Nijmegen vorm te krijgen. Vanaf de jaren '80 groeide de stad uit tot het centrum van woonverenigingen. De Vrouwenschool, ontstaan uit de krakersbeweging, werd een ruimte voor acties en vergaderingen en speelde hiermee een grote rol in de vrouwenbeweging. Het pand aan de Gerard Noodtstraat bood onderdak aan verschillende vrouweninitiatieven: van een blijf-van-mijn-lijf-groep tot een fietsenwerkplaats en een zeefdrukkerij, allemaal voor en door vrouwen georganiseerd.

Toen de gemeente in de jaren '80 besloot om het pand aan de Gerard Noodtstraat te slopen, ondersteunde zij de Vrouwenschool bij het vinden van een nieuwe locatie. Zo kwamen de vrouwen terecht in het voormalige Dominicanessenklooster aan de Dominicanenstraat. Dit klooster, gebouwd in 1904, kende een lange geschiedenis als onderwijsinstelling (keuterschool, lagere school en ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs)). Na de Tweede Wereldoorlog werd het pand nog gerenoveerd, maar in 1983 vertrokken de laatste 12 zusters uit het klooster.

De verhuizing naar het klooster markeerde een nieuw hoofdstuk voor de Vrouwenschool. Het pand werd verbouwd tot HAT-eenheden (Huisvesting, Alleenstaanden- en Tweepersoonshuishoudens). De kapel, eetzaal en andere ruimtes werden aan de Vrouwenschool overgedragen. De zusters Dominicanessen waren tevreden dat hun voormalige klooster een plek zou blijven die zich inzet voor de emancipatie van vrouwen.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat Woningbouwvereniging Gelderland (WBVG) het klooster zou kopen en aan de Vrouwenschool zou verhuren. Echter, door de invoering van de Bruteringswet in 1994 kon de woningbouwvereniging de aankoop niet meer financieren. Daarom besloten de vrouwen in 1997 het klooster zelf te kopen. Dit was een enorme opgave, maar met behulp van STUT (Stichting Urgentieprogramma Tussenvoorziening) en hun eigen kennis en vaardigheden lukte het de vrouwen om de financiering rond te krijgen.

 
 
 
 

Het Leven in de Vrouwenschool
Het leven in de Vrouwenschool draait om een open en flexibele manier van samenwonen en samenwerken, waarbij iedereen gelijkelijk bijdraagt aan de taken. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen “mannenklusjes” of “vrouwenklusjes”. Of het nu gaat om huishoudelijk werk of het onderhoud van het pand, iedereen neemt verantwoordelijkheid voor wat er moet gebeuren.

Hoewel het collectief voorkomt uit de vrouwenbeweging, en feminisme de basis vormt, is de visie van het collectief gaandeweg verschoven. In het verleden was de Vrouwenschool uitgesproken en activistisch, maar dat is veranderd. Leden erkennen dat de vrouwenbeweging in Nederland zich tegenwoordig in een minder activistisch tijdperk bevindt. Dit is terug te zien in het collectief, waar de meningen over feminisme tegenwoordig ook uiteenlopen. Sommige leden zijn betrokken bij feministische protesten of thema’s, terwijl anderen zich minder identificeren met dit label. Dit zorgt voor discussies over hoe feministisch de Vrouwenschool wil en kan zijn.

Om hun visie op feminisme en andere belangrijke kwesties te bespreken, organiseren de vrouwen regelmatig zogeheten visiedagen. De uitkomsten van deze dagen zijn divers omdat ieder lid op een andere manier naar het leven in de Vrouwenschool kijkt. Waar sommigen een veilige, feministische woon- of werkruimte zoeken, zien anderen het collectief als een prettige, groene en betaalbare woon- of werkvorm. Hierdoor is het moeilijk om tot een overkoepelend standpunt te komen. Wat onder alle leden wordt gedeeld, is het streven naar een groen leven en gezamenlijk na te denken over manieren om de ecologische voetafdruk te verkleinen.

De diversiteit in persoonlijke perspectieven zorgt ervoor dat de Vrouwenschool geen harde ideologie heeft. De visie van het collectief beweegt mee met de behoeften en overtuigingen van de groep. Dit betekent dat er niet altijd een duidelijke consensus is, maar misschien ligt de kracht van het collectief juist in het omarmen van deze diversiteit.

Organisatiestructuur van De Vrouwenschool
De Vrouwenschool is georganiseerd als een democratisch collectief, waar de leden actief betrokken zijn bij het nemen van de beslissingen. Hoewel er officieel een bestuur is, wordt de gang van zaken vooral geleid door consensus en samenwerking van alle leden van de Vrouwenschool.

Het collectief komt acht keer per jaar, ongeveer eens in de zes weken, samen tijdens Algemene Ledenvergaderingen (ALV’s). Tijdens deze vergaderingen worden belangrijke beslissingen genomen. Voor het nemen van een beslissing is een 3/4 meerderheid vereist mits minstens de helft van de leden aanwezig is. Leden die niet in staat zijn om aanwezig te zijn, kunnen zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Zo worden alle stemmen gehoord en kan het collectief bestaan met een democratische besluitvorming.

Naast de ALV’s zijn er verschillende kleinere werkgroepen die zich richten op specifieke aspecten van het pand en de gemeenschap. Deze werkgroepen zijn essentieel voor het onderhoud en de ontwikkeling van de Vrouwenschool. Tijdens de jaarvergadering leggen ze verantwoording af over de kosten die ze hebben gemaakt en de activiteiten die ze hebben ondernomen. Ook leggen de groepen hun planning voor het aankomende jaar voor en bespreken ze de bijbehorende begroting.

Om de activiteiten van de werkgroepen te ondersteunen, betaalt elk lid een maandelijkse bijdrage van €7,50. Deze bijdragen worden gebruikt om de budgetten van de verschillende werkgroepen te dekken. Tijdens de jaarvergadering worden de budgetten van alle werkgroepen gepresenteerd en wordt er gepuzzeld zodat elke werkgroep een realistisch budget heeft. Naast deze financiële bijdrage dragen de vrouwen ook fysiek ongeveer een halve dag per week bij, zowel door hun deelname aan de werkgroepen en algemene verplichtingen zoals het bijwonen van de ALV’s als gezamenlijke klusdagen.

Collectiviteit en Sociale Activiteiten
De Vrouwenschool draait op de gezamenlijke inzet van de leden waarbij collectiviteit een centrale rol speelt in het dagelijks leven. Elk lid neemt deel aan één of meerdere werkgroepen zoals de tuingroep, klusgroep of PR-groep om het klooster te onderhouden. Daarnaast zijn er regelmatig gezamenlijke klusdagen om de ruimtes en tuin in goede staat te houden. Door samen te werken zorgen ze ervoor dat hun woon- en werkplek duurzaam en functioneel blijft, zonder afhankelijk te zijn van externe hulp.

De opbrengsten van Kapelhotel worden onder anderen gebruikt om het leven in de Vrouwenschool groener te maken door bijvoorbeeld zonnepanelen aan te schaffen.

Naast het onderhoud organiseren de bewoners ook sociale activiteiten die de onderlinge collectiviteit versterken, maar ook hun betrokkenheid bij de buurt en bredere samenleving vergroten. Het straatfeest voor Burendag is een voorbeeld van hoe de bewoners hun banden met de buurt onderhouden. Bij het organiseren van sociale activiteiten proberen de leden zich tegelijkertijd in te zetten voor goede doelen, bijvoorbeeld door geld in te zamelen voor de Stichting Straatmensen. Deze activiteiten zorgen voor verbinding, niet alleen onder de bewoners zelf, maar ook met de buitenwereld. Na een periode van minder collectieve acties tijdens de pandemie wordt er nu weer met enthousiasme gewerkt aan het versterken van het gemeenschapsgevoel.

De Kapel
De kapel van de Vrouwenschool is een multifunctionele ruimte die een centrale rol speelt in de gemeenschap. Het is een plek voor interne activiteiten zoals de ALV’s, maar ook voor externe evenementen zoals yogalessen, tentoonstellingen en toneelstukken. De contributie voor de kapel brengen de vrouwen samen bij elkaar, maar door de verhuur komt er ook geld binnen dat later weer wordt verdeeld.

Tijdens de Nijmeegse Vierdaagse, het grootste wandelevenementen ter wereld, transformeren de leden van de Vrouwenschool de kapel jaarlijks in een uniek hotel speciaal voor vrouwen. Dit noemen ze het Kapelhotel. Het Kapelhotel biedt vrouwelijke wandelaars een slaapplek om uit te rusten na een lange dag van wandelen. De kapel wordt ingericht als slaapzaal en restaurant voor de gasten. De opbrengsten van Kapelhotel worden onder anderen gebruikt om het leven in de Vrouwenschool groener te maken door bijvoorbeeld zonnepanelen aan te schaffen.

 
 
 
 

Werkruimtes voor Vrouwelijke Ondernemers
Ondanks de verschillende idealen is er één waarde binnen de vrouwenschool die alle vrouwen met elkaar delen. Binnen de Vrouwenschool staat het ondersteunen van vrouwen bij het opzetten van hun eigen ondernemingen centraal. Het gebouw beschikt over elf werkruimtes, speciaal ontworpen voor vrouwen die zelfstandig willen worden of hun eigen bedrijf willen starten.

De werkruimtes worden tegen betaalbare tarieven aangeboden die bewust lager zijn dan die van de woonruimtes, wat in de reguliere wereld vaak andersom is. Op deze manier kunnen de vrouwen hun zakelijke en artistieke ambities realiseren zonder dat hoge kosten een obstakel vormen. De Vrouwenschool blijft zo een plek waar vrouwen niet alleen samenwonen, maar ook professioneel kunnen groeien en zichzelf kunnen ontwikkelen. Dit maakt de Vrouwenschool een bijzondere plek waar vrouwen samen verantwoordelijkheid dragen en tegelijkertijd de kans krijgen om zelfstandig te zijn.

Onder de actieve ondernemers van de Vrouwenschool bevinden zich diverse initiatieven. Zo zijn Yvette Rohde (Atelier Rohde) en Dieke Coumans zijn beeldend kunstenaars, terwijl Simone (Hapjes van Simone) en Mieke Lavrijsen (De Rode Comcommer) cateringdiensten aanbieden. Barbara Krantz runt de Praktijk voor Muziektherapie. Loes (Who’s Loes?!) en Marloes de Laat zijn beide grafisch ontwerpers, waarbij Loes tevens werkzaam is als haptotherapeut. Ingrid Sewpersad (IS-Ontwerp) is eveneens grafisch ontwerpster en daarnaast actief als kunstenares. Deze diversiteit aan bedrijven toont aan hoe de Vrouwenschool een broedplaats is voor innovatie en creativiteit, waar elke ondernemer een unieke bijdrage aan de gemeenschap levert.

Een unieke Woonervaring
De Vrouwenschool biedt een bijzondere woonplek voor vrouwen die graag in een gezamenlijke omgeving willen wonen. Het voormalige klooster is omgebouwd tot negentien woonruimtes, verdeeld over vier verdiepingen. Elke kamer heeft door de samenvoeging van oude kloostercellen een eigen karakter en indeling, geen enkele ruimte is hetzelfde. Hoewel elke bewoonster een eigen kamer heeft, delen de vrouwen per verdieping een gezamenlijke keuken, toilet en badkamer. Dit zorgt ervoor dat er op elke verdieping een soort subgroepje ontstaat, waarin bewoners dicht bij elkaar leven en samen zorgen voor de gemeenschappelijke ruimtes.

Hypotheekproblemen
Iedereen die in de Vrouwenschool woont en/of werkt, is lid van de vereniging en daarmee mede-eigenaar van het pand. De leden betalen ieder contributie waarmee de hypotheek en andere lasten worden gedekt. Omdat er geen commerciële partij tussen zit die winst wil maken, blijven de woonkosten laag en betaalbaar. Dit model is jarenlang succesvol geweest.

Toen het woonmodel werd opgezet was het de bedoeling om na afloop van de hypotheek een nieuwe hypotheek af te sluiten om oud-leden uit te betalen.

Echter, door de toenemende terughoudendheid van banken om gezamenlijke hypotheken te verstrekken, staat dit model onder druk. Voor de Vrouwenschool en soortgelijke gemeenschappen wordt het hierdoor steeds moeilijker om hun pand te behouden. Een uitdaging voor deze verenigingen is de zogenoemde ‘statutaire verrekening’. Toen het woonmodel werd opgezet was het de bedoeling om na afloop van de hypotheek een nieuwe hypotheek af te sluiten om oud-leden uit te betalen. Zonder dit systeem zou de eerste groep bewoners veel betalen voor het pand, terwijl latere bewoners er "gratis" zouden wonen. Als zij toen hadden voorzien hoe sterk de huizenprijzen zouden stijgen, was mogelijk een andere keuze gemaakt.

Het afsluiten van een nieuwe hypotheek is steeds lastiger geworden. Bovendien loopt de huidige hypotheek van veel verenigingen, waaronder de Vrouwenschool, binnenkort af, wat de toekomst voor deze collectieve woonverenigingen in Nijmegen onzeker maakt. Lange tijd was de Rabobank de enige bank die bereid was om woongroepen te financieren, maar recentelijk heeft ook de Rabobank zich hieruit teruggetrokken. Banken beschouwen het verstrekken van hypotheken aan meerdere eigenaren als een te groot risico, ondanks het feit dat verenigingen zoals de Vrouwenschool altijd netjes hun hypotheken hebben betaald. Sommige verenigingen worden hierdoor zelfs gedwongen hun pand te verkopen.

Toekomstperspectieven
De Vrouwenschool onderzoekt momenteel de verschillende mogelijkheden om hun pand te behouden. Zo is de vereniging in gesprek met de WBVG om te kijken of zij het pand kunnen overnemen. Daarnaast verdiepen de vrouwen zich in de optie om zich aan te sluiten bij Vrijcoop, waar vastgoed duurzaam en betaalbaar blijft door het vrij te kopen van de markt. Dit model is al op verschillende plekken succesvol toegepast, waaronder recentelijk bij een andere woonvereniging in Nijmegen aan de Bronsgeeststraat. Onlangs heeft de Vrouwenschool ook een brainstormsessie gehouden met oud-leden om meer ideeën te verzamelen. Ook wordt onderzocht welke subsidies mogelijk zijn. Hoewel de Vrouwenschool nog aan het verkennen is, worden de opties steeds concreter en wordt er gekeken naar de voor- en nadelen van elke mogelijkheid.

Daarnaast lijkt er enige vooruitgang te zijn in de ontwikkeling van nieuwe financieringsoplossingen. De Rabobank heeft aangegeven opnieuw samen met andere banken en de overheid financieringsmogelijkheden voor woongroepen te willen onderzoeken. Een specifieke hypotheek voor woonverenigingen is hier een voorbeeld van. Ook hebben verschillende woonverenigingen in Nijmegen zich verenigd in het Netwerk Nijmeegse Woonverenigingen, waarmee ze steun vragen van de gemeente. De gemeente Nijmegen heeft inmiddels een motie aangenomen die verenigingen zoals de Vrouwenschool ondersteunt, wat hoop biedt op politieke betrokkenheid en steun.

Ondanks de uitdagingen blijven de leden vastberaden om hun unieke manier van samenwonen en samenwerken voort te zetten. Hoewel het activisme binnen de Vrouwenschool in de afgelopen jaren wat op de achtergrond is geraakt, heeft het door het bijna aflopen van de hypotheek een nieuwe opleving gekregen. Het collectief toont veerkracht en blijft zich inzetten voor betaalbare woonruimte voor vrouwen. Met nieuwe oplossingen in zicht en politieke steun vanuit de gemeente is er hoop dat de Vrouwenschool ook in de toekomst een veilige en stabiele woonomgeving zal blijven.

 

Facts & figures
Facts & figuresDe Vrouwenschool
Dominicanenstraat 6, 6521 KD Nijmegen
www.vrouwenschool.nl
1979
Vereniging
Download